Engelse Herders Historie

Hier kunt u ons mailen.

Deel dit bericht.



In Engeland werden de herdershonden onder andere gebruikt om grote kuddes vee naar de markt te drijven.

De kuddes bestonden uit schapen, varkens, koeien, kalkoenen, ganzen en geiten. Vanuit Schotland en Wales werden soms duizenden dieren over de bestaande drijfroutes, vaak afgezet met meidoorns, naar de grote steden langs de kust gedreven. Een paar routes bestaan nog zoals de Hambledon Drove, een prehistorische route tussen Durham en York, en de Welsh Drove, de route van Wales naar Londen.


De drijvers werden ook wel drovers genoemd net zoals hun honden, ze liepen van Wales en Schotland naar de steden en gingen per boot of per koets naar huis terug. De paarden en zadels werden in de stad verkocht. De honden liepen zelf terug naar huis waarbij ze dezelfde pubs aandeden als op de heenweg, waar ze eten en drinken kregen.

De kasteleins rekenden dan het jaar daarop gewoon met de eigenaren af.

Voor dit werk werden vele soorten herdershonden gebruikt die per gebied anders waren maar wel overeenkomsten hadden. Ze moesten onderweg het vee drijven, weglopers terug halen en de kuddes bewaken tegen veedieven, wilde dieren en hongerige zwerfhonden. Deze honden blaffen vaak, bijten soms, waken, hoeden, verdedigen en jagen zelfs.

Dat jagen kwam goed van pas omdat ze vaak lang onderweg waren en zo genoeg te eten hadden.

Sommige drovers fokten bij hun jarenlange werk eigen bloedlijnen.

 

Rond de negentiende en twintigste eeuw verdwijnen de natuurlijke vijanden van het vee. Het vee wordt nu per trein of vrachtwagen vervoerd, ook de weilanden worden vaker afgerasterd, hierdoor werden de herdershonden steeds meer overbodig. De verschillende typen collies en sheepdogs, heelers, drovers en smithfields leefden in beperkte gebieden waardoor ze uitstierven of in andere rassen opgingen. 


Een aantal honden gaan met Schotse, Ierse en Welsh emigranten mee naar Amerika en Australië.

In de achttiende en negentiende eeuw waren er nog verschillende rassen, zoals de Cumberland Sheepdog, Black and Tan Sheepdog, Sussex Bobtail, Yorkshire Heeler, Smithfield en de Welsh Grey Sheepdog. De Cumberland Sheepdog werd vooral in de bergen van het peakdistrict en de cheviot heuvels gebruikt. Hij lijkt veel op de oude border collie en volgens een Engelse kynoloog waren veel border collies die rond 1900 meededen aan de fieldtrials in werkelijkheid Cumberland Sheepdogs.

 

De Old Welsh Grey is ruwharig middelgroot en geschikt om in het ruwe terrein van Wales te werken.

De Black and Tan Sheepdog is waarschijnlijk meegenomen naar Amerika en wordt daar nog gefokt als English Shepherd welke is erkend als Amerikaans ras.

De Smithfield is waarschijnlijk vernoemd naar de “Central Smithfield Meat Markets” in Engeland. 


Je had ruwharige en gladharige Smithfields, waarbij de kortharige een donkere vacht met witte kraag en een korte staart hadden. Ze werden ook Black Bobtail genoemd, het waren sterke honden met een groot uithoudingsvermogen.

Een aantal zijn meegenomen naar Australië en daar hebben ze aan de wieg gestaan van de huidige Australien Stumpytail CattleDog.

 

 

Herkomst benaming Collie

Er zijn in Engeland vele soorten collies. Er zijn meerdere theorieën over waar de naam collie vandaan komt, één daarvan is dat het met de Kelten te maken heeft. Ze spraken het Gaelic waar in het woord collie bruikbaar betekent.


Een tweede is dat ze naar de schapen met zwarte koppen zijn vernoemd die ze moesten drijven en hoeden, deze werden Coalleys genoemd. Als derde kan het een verwijzing zijn naar het engelse woord collar wat kraag betekent, refererend naar de witte kraag wat alle collies hebben.

 

Kortharige Schotse Herder of korthaar Collie.

Tijdens de Romeinse bezetting werden er veel schapen en geiten uit Afrika naar Engeland geïmporteerd.

De schapen en geiten werden vergezeld door slaven met kortharige zachtmoedige hoedende honden. Deze werden later gekruist met de al eerder meegenomen kudde bewakers voor het vee, die veel robuuster waren en een dikkere langere vacht hadden.


Uit deze combinatie ontstonden honden met een dichte niet te lange waterafstotende vacht.

Deze honden waren zachtmoedig van karakter en waren goed te leiden. De herdershonden waren echte meedenkers die zelfstandig konden handelen als het vee over grote afstanden naar de markt werd gedreven.

 

Na de opkomst van de trein en de vrachtwagen waren de drovers overbodig geworden voor het drijven over grote afstanden. Gelukkig waren er slagers en lokale veehoeders die deze honden nog gebruikten om het vee te beschermen tegen plunderaars enz. De meer edele herders werden door slagersjongens gebruikt om bij de kar te lopen als ze het vlees verkochten, zodat het vlees niet gestolen werd, en  als de kar stil stond bleven ze er naast staan.

 

In de vroege 19e eeuw vond de adel het modieus om een aantal honden mee te nemen als ze met de sjees een ritje maakten. De honden verbleven in de stallen om de paarden te bewaken. Dit type herder is de voorouder van de korthaar collie. Door de belangstelling van de adel werden het tentoonstellingshonden


Ze werden ingekruist met de langhaar tentoonstelling collie om een nog edeler uiterlijk te krijgen.

Soms komen er nog langharen voor bij de korthaar. Een kortharige collie luistert het beste op basis van partnerschap, ze hebben veel positieve bekrachtiging nodig. Ze hebben door hun oorspronkelijke werk een hoge mate van zelfstandigheid. De korthaar werkt graag voor zijn baas maar moet het nut van de opdracht wel inzien.

Kun je deze eigenschappen waarderen dan heb je een hond doe voor je door het vuur gaat.

 

Langharige Schotse herder of Schotse Collie.

De Schotse Collie stamt van oorsprong af van de Ierse Collie die door de Kelten als jachthond en schapendrijver werd gebruikt. De langhaar werkte onder ruigere omstandigheden dan de korthaar. De langere ruigere vacht beschermde hem tegen de kou en regen als ze de schapen moesten drijven.

Ze hebben ook kleinere oren die door de vacht beschermd worden.


De welgestelde families die op het platteland gingen wonen wilden een hond die bij het buitenleven paste.

De langhaar Collie was edel genoeg om die taak te vervullen en ze waren daarbij makkelijk op te voeden.

De langharige Schotse Collie werd al heel snel een tentoonstellingshond die vooral door de Amerikanen uit Engeland werd gehaald. Zijn uiterlijk week sterk af van de oorspronkelijke werk Collie. Om het hoofd te verbeteren werd de Barsoi gebruikt, maar het hoofd werd daar te smal door en veel mensen konden dit niet waarderen.

De langharige Schotse Collie is erg gehecht aan zijn gezin en zeer zacht van karakter, daarbij hebben ze een grote will to please. De langhaar Schotse Collie moet met zachte hand opgevoed worden.

Ze hebben graag wat te doen en vinden alles leuk.

 

Border Collie.

De Noormannen brachten Noorse spitsen en poolhonden mee naar Engeland. De Scandinavien Reindeer Spitz, de Roman Working Dog en de Alt Deutscher Spitz vormden later de Working Collie, die door toevoeging van pointer en setter bloed de Border Collie werden. Het eye geven wat de Border Collie doet heeft hij van de Pointers en Setters.


Al vanaf de 19e eeuw doen de raszuivere Border Collies hun werk bij de schapen. Ze moesten de schapen uit de heuvels halen, maar ook van de ene wei naar de andere wei brengen. Daarnaast moesten ze individuele schapen van de kudde scheiden om klauwen te kappen, te enten en te scheren.

De Border Collie is een echte workaholic die de hele dag door gaat. Eigenlijk zijn het geen gezinshonden omdat je ze heel veel geestelijke arbeid moet geven. Het zijn de meest intelligente honden die er zijn en als je ze te weinig afleiding geeft gaan ze alles hoeden wat maar voor handen is inclusief schaduwen.

Iemand die echt topsport wil gaan doen in behendigheid, flyball of wat dan ook moet daar echt meerdere dagen per week mee bezig zijn. De Border Collie is heel gevoelig en kan niet tegen harde woorden.

Ze hebben verplichte rustpauzes nodig omdat ze anders dag en nacht in touw zijn. Daarom zijn het absoluut geen honden voor mensen die alleen een gezinshond willen hebben.

 

Bearded Collie.

Rond 1514 kwam een Pools handelsschip schapen verkopen in Schotland. Bij die schapen liepen honden waar de Schotten zeer over te spreken waren. Deze honden stonden bekend als de Polski Owczarek Nizinny. 


Al in de negende eeuw wordt in de Poolse geschriften melding gemaakt van deze honden.

Aanvankelijk waren er twee types ruwharige honden in Schotland, aan de grens had je de grijze en in de bergen de bruine, deze zijn later samengevoegd tot het ras Bearded Collie. De naam Bearded Collie komt van de ruige baard die deze honden hadden.

De herders waren zo trots op deze honden dat ze de Beardies moeilijk konden afstaan zodat de mensen die ze kynologisch wilden fokken moeilijk aan exemplaren konden komen, hierdoor is er Bobtail bloed gebruikt. In 1941 bestelde iemand een Sheltie pup maar dat bleek later een Beardie pup te zijn. Zij staat aan het begin van de verdere ontwikkeling van de Bearded Collie. Ondanks de nauwe fokbasis is het toch een sterk ras.

De Bearded Collie is een vriendelijke goedmoedige hond die mens en dier in zijn hart sluit.

Ze zijn heel gevoelig voor stemmingen en houden niet van een harde aanpak.

Een positieve afwisselende training waarbij ze hun hersens moeten gebruiken werkt het beste.


De Beardie moet lang wandelen om zijn energie kwijt te raken. Doe je te weinig met de Beardie dan worden het zenuwachtige honden. De vacht van de Beardie vraagt heel veel onderhoud waar je niet te licht over moet denken.

De haren voor de ogen moet je opbinden zodat de hond goed kan kijken.

 

Old English Sheepdog of Bobtail.

De Bobtail is een tussenvorm van de schapen drijvende herdershonden en de grotere wakende en hoedende herdershonden. De Bobtail heeft waarschijnlijk dezelfde voorouders als de Bearded Collie. 


De ruwharige Britse herders zijn gekruist met de Nizynni en later met de Russische Ovcharki. De ruigharige herdershonden werden naast het schapen drijven ook voor het hoeden van het vee gebruikt. Daarvoor had de Bobtail zijn imposante uiterlijk nodig.

 

De Old English Sheepdog stond ook bekend als selftailed sheepdog, door de staartloze pups die vaak geboren werden. Sussex sheepdog en English Sheepdog. De staarten werden later gecoupeerd maar dat mag nu niet meer, en dat staat wel zo leuk een vrolijke staart.

De Bobtail is een gezeglijke hond met een gelijkmatig karakter, trouw en betrouwbaar. 


De Bobtail moet wat te doen hebben om zijn werkdrift in goede banen te lijden. Alle hondensporten zijn geschikt, als het maar vrolijk en positief gebracht word.

De Bobtail is gereserveerd naar vreemde mensen. Ook bij de Bobtail geldt dat de vacht zeer veel verzorging eist en dat het haar voor de ogen moet worden opgebonden.

 

Shetland Sheepdog of Sheltie.

De Shetland eilanden werden rond 800 v Chr. bewoont door de Vikingen, deze hadden spitsachtige honden meegenomen voor hun vee. De honden werden gebruikt voor het hoeden van vee, schapen en paarden, dit werk deden ze veelal zelfstandig. Veel mensen denken dat de Shetland herders daar te klein voor waren en dat ze eerder boerenhonden waren die de schapen bij de gewassen vandaan moesten houden.

 


Ze werden ook Toonydogs genoemd naar de kleine boerderijtjes die Toons genoemd werden.

Shetland behoorde toen nog aan Noorwegen en door de handel was er veel scheepvaart tussen Shetland en Noorwegen, op deze schepen werden veel honden meegenomen die zich vermengde met de Shetland honden die van velerlei pluimage waren.


Toen Shetland aan Schotland werd toegekend werd de handel minder en daardoor werd de fokbasis smaller, en werden de paarden, schapen en honden door zware inteelt kleiner. Door de grote groei van de schapenteelt is men Border Collies van Schotland gaan gebruiken ter verbetering van de Shetland honden. Toen de honden buiten Shetland bekend werden is voor de verbreding van de bloedlijnen de langharige Schotse Collie gebruikt.

Hoewel de Shetland Sheepdog weinig voor het hoeden is gebruikt zit het werken met de schapen er nog wel in.

Sommige hebben in mindere of meerdere mate the eye van de Border Collie geërfd.


De Shetland Sheepdog heeft een prettig karakter, is zeer toegewijd aan de baas en zijn gezin, maar kan ook maar één baas hebben binnen het gezin. Naar vreemden toe zijn ze zeer terughoudend, het contact moet echt van de hond uitgaan. De Sheltie is zeer gevoelig en kan slecht tegen een harde aanpak. Ze leren snel zijn intelligent en veelzijdig inzetbaar.

     

Welsh Corgi’s.

De Welsh Corgi Cardigan uit het graafschap Cardiganshire is de oudste veedrijver van Engeland, ze werden door de Kelten in 1200 v. Chr. naar Wales gebracht. In 1107 kwamen op uitnodiging van Henri I de Vlaamse wevers met hun Schipperkes naar Wales. Uit kruisingen tussen de Cardigan en het Schipperke zou de Welsh Corgi Pembroke zijn ontstaan die in het graafschap Pembrokeshire werd gebruikt.

 


In de negende en tiende eeuw kwamen de Vikingen naar Wales en zij hadden ook een kleine veedrijver bij zich, de Västgötaspets. Er waren dorpelingen die vriendschap sloten met de Vikingen als bescherming tegen de Saksen. Men zegt dat de Västgötaspets ook van invloed is geweest op het ontstaan van de Pembroke. De Cardigan is langer en zwaarder van bouw dan de Pembroke waardoor ze beter uit de voeten kunnen in de bergachtige gebieden. De Cardigan had doordat ze in de bergen bleven geen contact met de Vikinghonden, daardoor bleef het een zuiver ras.

De naam Corgi kan verschillende betekenissen hebben, cor betekent dwerg en ci hond, later verbasterd tot gi.

Als tweede Cur-gi ofwel curhond, het woord cur betekent niet edele hond, van de gewone man.

Je had de watch-cur waakhond, house-cur huishond en shepherd-cur of herdershond, deze waren wel waardevol.

De hoofdtaak van de Corgi was het verjagen van vreemd vee op het land van zijn baas, zodat het eigen vee rustig kon eten. Daarnaast moest de Corgi het vee s’ochtends naar de wei brengen en s’avonds weer terug.

   Ook moest de Corgi het erf muis en ratvrij houden.

Het drijven gebeurt door het onwillige vee in de hakken te bijten als het vee achter uitslaat zijn ze laag genoeg om de trap te ontwijken. Dit in de hakken bijten noemt men heelen. 


Op de grote tochten naar de markten moesten de grote herders de weglopers terughalen en de Corgi’s moesten het vee in beweging houden.

De Cardigan heeft ook jachtpassie en kan onder het geweer leren jagen, hij stoot het wild op.

De beide Corgi’s zijn moedig, waaks, ijverig, dominant en zelfstandig. Ze leren zeer snel en hebben veel uitdagingen nodig, ook lange wandelingen zijn een must.

De Pembroke is serieuzer, is weinig geïnteresseerd in andere honden en kan soms dominant zijn naar andere reuen.

De Pembroke is terughoudend naar vreemde mensen, hij moet zelf contact maken. De Cardigan is vlot in de omgang, is altijd in voor een spelletje en vind andere honden leuk. De Cardigan is een echte levensgenieter.

 

Lancashire Heeler.

Op de lange tochten van Wales en Schotland naar Ormskirk in Lancashire, werden de Corgi’s gebruikt voor het drijven van het vee. Als de drovers per trein of koets weer terug gingen liepen de meeste honden zelf naar huis terug.

Er bleven ook wel honden achter of raakten aan de zwerf. Door de Corgi te kruisen met de Manchester Terriër ontstond de Lancashire Heeler. Naast veedrijver is de Lancashire Heeler ook een ratten en konijnen vanger.


De Lancashire is een vrolijke hond die zijn baas graag een plezier doet, zodat nieuwe dingen leren geen probleem is.

Hij heeft veel energie en veel wandelen is dan ook een must. Als ze heel enthousiast worden kunnen ze in de hielen bijten. Dit moet vanaf het begin de kop in worden gedrukt. De Lancashire Heeler kan met andere honden maar wil vaak de leider zijn, dit kan met andere reuen in huis een probleem zijn.

De Lancashire wordt in beperkte mate in Nederland gefokt.

 

English Shepherd.

The English Shepherd is in Amerika gekomen door emigranten uit Engeland en Schotland. Het is een veelzijdige boerderijhond die alle soorten vee en pluimvee kan hoeden en drijven. Daarnaast was hij een goede bewaker van de boerderij en kon hij meegenomen worden op de jacht.


Ze zijn zeer intelligent en ze hebben een groot probleemoplossend vermogen. De English Shepherd was rond 1800 het meest gebruikte herders ras. Terwijl de English Shepherd in Engeland opging in andere rassen is hij in Amerika blijven bestaan, in 1930 is hij erkend.

 

Ze hebben een rustig en zachtaardig karakter en kunnen heel goed met kinderen overweg.

Net als de Border Collie moeten ze werken en zijn het geen echte gezinshonden.

 

Dit artikel is geschreven door Corine, als bronnen zijn gebruikt;

Onze Hond jaargang 1997-2007 en het internet.